1920 Ca.

1920. Door vrienden opgericht (D.V.O.)

image_pdfimage_print

Het ontstaan van „De Volewijckers”

Jongens uit de Vogelbuurt
De oorsprong van De Volewijckers ligt in de Vogelbuurt, in de woningen aan de Meeuwenlaan. Daar had de K.N.S.M. in 1920 huizen laten bouwen. De jongens die daar woonden zag en hoorde je avond aan avond voetballen met de bal van een van hen. Ze wilden een club oprichten, maar veel kwam daar niet van terecht. In Juli 1920 probeerden ze het nog een keer en na een paar openlucht-vergaderingen kwam de „club” er toch. De oprichters waren Th. v. d. Broek, D. de Boer, P. Bonte, J. Dekker, J. Koster, J. Reekers, J. Reder en P. ter Beek. Ze noemden hun club „Door Vrienden Opge­richt”.

Maar één bal
D.V.O. speelde alleen onderlinge wedstrijden en wed­strijden tegen andere buurtclubs. Het succes was erg wisselend. Er ontsond een probleem. Tijdens een wedstrijd ging de bal stuk en moest er een nieuwe bal worden gekocht. Die kochten ze van de opbrengst van een intekenlijst, waarmee ze bij buurtbewoners om centen en stuivers vroegen.

Hulp van vaders en doelpalen van de K.N.S.M.
Om zoiets voortaan te voorkomen, werd nu contributie geheven. Enkele vaders hielpen de jongens de zaken goed te regelen: Th. de Boer Sr., W. P. Koster Sr. en J. F. Reekers Sr. Nu speelde de aspiranten voor het eerst tegen Wittenburg, een erkende voetbalclub. Ze verloren met 8-0.  De directie van de de stoomvaartmaatschappij K.N.S.M. gaven de jonge club hout om doelen te maken en geleidelijk kwamen er ook wat ‘oudere’ spelers bij de club: onder andere Karel Corstens, Tjeerd Visser en Joop Meulenbroek. Toen was het moment daar om er een erkende voetbalvereniging van te maken.

Oprichtingsvergadering van „De Volewijckers”
Op 1 November 1920 werd in een schaftlokaal een vergadering belegd. Bij het kaarslicht werd de vereniging officieel op­ gericht en werd het Bestuur gekozen, dat bestond uit: C. Th. de Boer, Voorzitter; Tj. Visser, 2e Voorzitter; J. F. Reekers Sr., Secretaris; J. Kooi, 2e Se­cretaris; W. P. Koster Sr., Penningmeester en Ph. K. Corstens en K. Holland, commis­sarissen. Als clubkleuren kozen ze het broekje wit en het shirt wit met een groenen verticale baan. In de vergadering werd ook beslo­ten in reguliere competitie binnen de N.V.B. te gaan spelen. De naam van de club D.V.O. kon niet, er was al een andere club van die naam. Voor registratie werd daarom de naam De Volewijckers gekozen. Immers, de Vogelbuurt is gebouwd op de landtong De Volewijck.

Het eerste veld
Toevallig kwam het terrein van de kantoor- voetbalclub van de K.N.S.M. vrij en kon De Volewijckers daar gaan spelen. Het kleedlokaal, dat erg primitief was, bestond uit een oude grote koelcel van een stoomboot van de K.N.S.M. Nu kon er gespeeld worden en in 1921 werd voor het eerst aan de competitie deelgenomen en wel met 4 elf­tallen: 2 senioren en 2 aspiranten-elftallen. Het eerste elftal werd ingedeeld in de 2e klasse van den A.V.B. (Amsterdamsche Voetbalbond)

Het eerste kampioenschap
De eerste competitie was niet erg bemoedi­gend, want drie elftallen eindigden onderaan. Alleen het 2e elftal wist vierde te worden (waarschijnlijk zie je spelers van dat elftal op de foto). (Zie ook LINK). Het Bestuur nam daarom flinke maatregelen en stelde de training in. Die zomer werd er vlijtig geoefend en zag men de competitie met vertrouwen tegemoet. Dit vertrouwen werd niet beschaamd, want het eerste elftal werd derde, terwijl het 2de elftal voor het eerste Volewijckers-kampioenschap zorgde. Ook de aspiranten-elftallen kwamen nu beter voor den dag.

Clubblad
In bescheiden vorm werd in 1921 al overgegaan tot het uitgeven van een club­blad, dat maandelijks verscheen en dat sindsdien regelmatig is blijven verschijnen.

Promotie bij keuze
In de 2e Klasse van den A.V.B. speelde het eerste elftal tot 1924, toen het bij keuze naar de eerste klasse promoveerde.
Buiten de voetbalsport gingen er dat jaar ook voetballers de atletieksport beoefenen onder leiding van C. van Nek. Dit werd de voorloper van de later opgerichte atletiekafdeling van De Volewijckers.

(Een bewerkte versie van een stuk dat in het jubileumboek 1920-1930 verscheen. LINK)

link naar bron